Rechtszaak Polizeistandgericht (Assen) - 14 febr 1944

Na het verraad door Frans Michon en de aanhouding door de SD in de avond en nacht van ma. 22-11-1943 [23.30 u. begin inval boerderij Liauckamastate Sexbierum], worden 13 [14?] mensen [via Leeuwarden] naar het Scholtenhuis (Grote Markt) [Aussenstelle SD & Gestapo] en de strafgevangenis (Huis van Bewaring - Oude Ebbinge) te Groningen weggevoerd en gevangengehouden voor verhoor [door SS-er Ernst Knorr e.a.] e.v.

Zes mensen, Gerben D. Oswald, Lolle Rondaan, Gerrit Schuil, Rients Westra, Folkert Bergsma en Jelle Bruinsma, worden uiteindelijk verdacht en beschuldigd van "terroristische activiteiten" (waaronder betrokkenheid bij de moordaanslag op politieman Van Wijnen etc.).

Op grond van de dan geldende (Duitse) wet en regelgeving i.c. de "Verordening Openbare Orde 1943" (voor het bezette Nederlandse Gebied) worden ze op maandagmiddag 14-02-1944 voor het Polizeistandgericht gebracht te Assen.
 


Paleis van Justitie Assen en Huis van Bewaring (aanbouw rechts)


Politzeistandgerichte
De Polizeistandgerichte hadden een speciale positie binnen de gerechtelijke organisatie van de Duitse bezetter in Nederland. De 'gerichte' werden in januari 1943 ingevoerd en met name ingezet voor snelle en harde (ter dood) veroordelingen (en het omzeilen van de reguliere rechtsgang van Obergericht en Landesgericht). De Polizeistandgerichte waren formeel rechtbanken onder gezag van de Rijkscommissaris (Seyss Inquart), maar praktisch SS-rechtbanken (onder Himmler).

01-05-1943
Afkondiging Politiestandrecht in het hele land

16-9-1943
De Rijkscommisaris [Seyss Inquart] heeft de rechtspraak over 'terroristische groepen' (op grond van art. 58 van verorderening handhaving openbare orde – nr. 1/ 1943) aan de politzeistandgerichte overgedragen.

20-9-1943
Eerste zitting van het Polizeistandgericht te Assen.

Deze rechtbanken bestonden uit een SS-Richter (voorzitter/ president) en twee SS- of politie-officieren als bijzitters en een griffier. De "verdediging" werd gevoerd door een SS-leider of politie-officier. Formeel was een eigen verdediger mogelijk (voorzover niet vertragend). Van het proces werd een proces-verbaal opgesteld [Volgens NIOD van zitting 14/2 Assen niet bekend of aanwezig].

 

Erich Deppner (l) & Hans Albin Rauter (r)
Deppner (l) en Rauter (r)

Gerechtelijke hierarchie '43-'44
1. Rijkscommisaris - Seyss Inquart
2. Generalkommissar für das Sicherheitswesen & Höherer SS-und Polizeiführer (Nordwest)– H.A. Rauter
3. Befehlshaber der Sicherheitspolizei - Erich Naumann (4 sept. '43 – 1 juni '44; slechte relatie met Rauter; geen gezag)
4. Hoofd van de afdeling (IV) Gegnerbekämpfung (contraspionage) - Erich Deppner (SS Sturmbahnführer)

N.B. Deppner is aanwezig als openbaar aanklager (Staatsanwalt) bij de zitting van 14/02.

Procesgang
Uit verschillende bronnen komt naar voren dat door de bezetter in formele en publieke uitingen het beeld wordt opgeroepen van een "zorgvuldig gevoerd juridisch proces" waarin alle stappen van een 'reguliere rechtsgang' worden gevolgd. In dat licht moeten ook het (niet gepubliceerde) verslag van de L.C. (hoofd)redacteur S.D. de Jong (collaborateur en NSB-er) worden gelezen en de verschillende (landelijke) krantenpublicaties nadat de executies waren uitgevoerd (vanaf 21-2-1944).

Er is sprake van 'verslaggevers van enkele noordelijke bladen' die waren uitgenodigd bij het proces [hoeveel en wie?]. Naast het verslag van S.D de Jong, zijn beknopte dagboek-aantekeningen bekend van een 'Groninger journalist', d.d. 21-2-1944 (dag van de krantpublicatie vonnissen):

* 2 verdachten hebben de aanslag op Van Wijnen gepleegd
* 4 anderen hebben meegedaan aan aanslagen op openbare buro's
* vonnis: 5x doodstraf; 1x voortzetting onderzoek
* Westra krijgt de doodstraf ondanks alleen verstrekken levensmiddelenkaarten, echter via R. Bruinsma wel kennis van aanslagen;
* Jelle: bezit radiotoestel, anti-duitse geschriften en kennis van overvallen; voorzettting onderzoek
* Van Wijnen is bij de rechtszaak aanwezig (!)

Met name de (2e clandestiene) brief van Rients Westra roept een (vanuit het oogpunt van de bezetter) zeer "pragmatisch" beeld op van de gang van zaken. De opzet van Polizeistandgerichte (snelle en harde bestrijding van het verzet) en de tendens steeds minder formeel en juridisch/procedureel te werk te gaan (30-07-1944 Führer & Niedermachungsbefehl: terroristen zonder proces executeren) sluit daar bij aan.

Tegen deze achtergrond is uit de brief van Westra op te maken dat er tijdens de zitting sprake is van:

a. Aanklacht & Eis
Openbaar Aanklager Deppner(!): eist de doodstraf tegen allen (6x)

b. Pleidooi van de (Duitse) Verdediging
Westra, Bruinsma – gevangenisstraf (geen terroristische daden begaan) en advies: doodstraf voor overige

[Gevangenen worden weggeleid en na 1 uur terug]

c. Veroordeling en Vonnis
Bergsma, Rondaan, Oswald, Schuil, Westra – doodstraf
J. Bruinsma – gevangenisstraf

d. Laatste weerwoord
Kort pleidooi Westra

[Daarna worden de gevangenen weggevoerd naar de cel en "horen ze niets meer".]

In tweede instantie:
Westra – doodstraf wordt levenslang
Jelle Bruinsma – levenslang wordt 15 jaar

De officiële gang van zaken voor het polizeistandgericht en het beeld van de rechtszaak zoals dat in het L.C. verslag wordt geschetst:

a. Vernehmung zur Person – persoonlijke opvattingen en omstandigheden
b. Vernehmung zur Sache – reconstructie ten laste gelegde

Inhoudelijk is er sprake van de beschuldiging (en het 'bekennen') van:

- aanslag op Van Wijnen (Oswald/ Schuil)
- aanslag op (Douwe) Hoekstra (Tzummarum) (Oswald/ Schuil)
- overval bureauhouder Midlum (Oswald/ Schuil)
- overval gemeentehuis St. Annaparochie (Oswald/ Schuil; Rondaan)
- overval gemeentehuis Sexbierum (Bergsma)
- bezit en verspreiding illegale lectuur (Westra, Bruinsma)
- bezit radiotoestel (Bruinsma)
- onderbrengen onderduikers (Rondaan, Westra)
- onderduiken (Bergsma)
- verstrekken distributiebescheiden aan onderduikers (Rondaan, Westra)
- voorbereiding overval distributiekantoor Harlingen (Rondaan)
- kennis van illegale acties van R. Bruinsma (Westra, J. Bruinsma)

Opmerking
Conform de gang van zaken bij een proces voor het SS und Politzeigericht (vergelijkbaar met het Polizeistandgericht) zou de rechter zijn vonnis baseren op het verhoor tijdens de rechtszaak en niet op de 'verzamelde bewijslast' voorafgaand aan het proces (!).

Bekrachtiging Vonnis
Een door het Polizeistandgericht uitgesproken vonnis moet worden bevestigd op grond van Art. 69 Verordening Openbare Orde door de Höherer SS-und Polizeiführer – H.A. Rauter.
 

In twee hierarchische stappen (via Deppner en Naumann) zouden de vonnissen aan Rauter moeten zijn voorgelegd. Het is twijfelachtig of dit zo is uitgevoerd: Deppner (2e man onder Rauter) was zelf Aanklager tijdens het proces en is een half jaar later (als Naumann is vervangen) degene die praktisch alle vonnissen bekrachtigt. Formeel zijn de stappen mogelijk gevolgd (en vastgelegd?), inhoudelijk zal Deppner bepalend zijn geweest.

[Vonnissen van het SS und Politzeigericht werden per telex direct naar Rauter doorgestuurd ter bevestiging.]

In de (landelijke) krantpublicaties (vanaf 21/2) van de (4) doodvonnissen wordt als bewezen verklaard:

- de poging tot moord op Van Wijnen
- poging tot moord op een (pro-duitse) Nederlander
- hulp en deelname bij overvallen gemeentehuizen en distributiekantoren
- verboden vuurwapen bezit
- verspreiding anti-duitse pamfletten (illegale kranten)

Gratieverzoeken
Afgaand op de verklaring van Rients Westra is er tijdens de zitting niet over een gratie-verzoek gesproken en is er door de veroordeelden geen gratieverzoek gedaan. In de kranten-publicaties wordt wel gesproken over een (afgewezen) gratieverzoek voor de vier geëxecuteerden. Dit is standaard in alle krantpublicaties van (dood)vonnissen van de Politzeistandgerichten: "Ablehnung des Gnadenerweises"; "Vonnis is na onderzoek van de kwestie van gratieverlening voltrokken".

De moeder van Folkert en een broer van Rients Westra (Matthijs) reizen op 16-02 nog (tevergeefs) naar Velp om "bij de hoogste instantie van het Obergericht" informatie en gratie te vragen. Het gaat hier vermoedelijk om het SS- und Polizeigericht X (Den Haag) dat vanaf februari 1944 in Velp zetelt. Daarnaast is in Hotel Naeff te Velp een Polizeistandgericht gevestigd en het archief van Rauter.

Volgens H. Drost [Auteur 'Harlingen in Oorlogstijd'] is door mejuffrouw Amsbeck uit Harlingen, bij de Duitse autoriteiten de toezegging gekregen dat de executies niet zouden worden uitgevoerd en zouden zijn omgezet in gevangenschap in concentratiekampen. De van oorsprong Duitse mej. Amsbeck woonde in het huis van huisarts Bosch (haar latere echtgenoot) en had 'goede' contacten met Duitse (SD) autoriteiten (bijv. Beauftragte Ross te Leeuwarden) die ze regelmatig aansprak en inzette ('Kulissenarbeit') ten goede van mensen voor wie gevaar dreigde (gevangenschap, arbeitseinsatz etc.).

Feitelijk is alleen voor Westra na de zitting het vonnis (doodstraf) omgezet in levenslang. Het uitstel(?) van executie voor Oswald is mogelijk het gevolg van de procedurele afhandeling van de gratieverzoeken. Dit is speculatief, maar tegelijk met Westra wordt hen in eerste instantie meegedeeld dat ze "geluk hebben gehad" en wordt Oswald pas twee dagen later uit de cel gehaald en alsnog geëxecuteerd (?) [Bron Westra].

Voor Jelle Bruinsma is de eis doodstraf al tijdens de zitting omgezet in het vonnis levenslang i.c. 'voortzetting van het onderzoek' (en later in 15 jaar).

Total: 0 Comment(s)